Nils Holgerssons Wonderbare Reis, favoriet jeugdverhaal van Cisca Pattipilohy

In mijn herinnering – en dat is al meer dan 80 jaar geleden, waren er veel jeugdverhalen die ik mooi vond. Ik had het geluk een vader en moeder te hebben die beiden heel veel van lezen hielden en er waren dan ook veel boeken in onze boekenkast.

Maar er was, toen ik 10 was, een verhaal dat een grote indruk op mij gemaakt heeft met de titel ‘Nils Holgerssons Wonderbare Reis’ van Selma Lagerhöf. Het ging over een jongetje dat op een wilde gans door de lucht vloog en zo allerlei spannende avonturen meemaakte in de landen waar de gans neerstreek. Hij kwam in gebieden waar hij kennis maakte met hele andere mensen die op een andere manier leefden dan hij van zijn eigen stad kende, eigenlijk een kleine toerist dus.

niels

Het verhaal dat eigenlijk het eerste hoofdstuk van een heel kinderboek was hoorde ik voor het eerst in de vijfde klas van de basisschool, in het bergstadje Bogor (Buitenzorg, Nederlands-Indië) waar ik op school zat. We waren met onze klas en twee juffen van de 4e en de 5e klas een week op vakantie in een prachtig klein bergdorpje en werden elke avond door één van de twee juffen voorgelezen. We zaten dan met z’n twintigen dicht tegen elkaar aan in warme pyama’s op matrasjes op de grond naar de avonturen van Nils te luisteren. En omdat de voorlezers beiden een hele warme stem hadden en heel levendige beelden konden oproepen, hingen we geboeid aan hun lippen om het jongetje en de gans te kunnen volgen. Ik ging in ieder geval elke avond maar node naar bed in die week omdat het nog een hele dag duurde voor ik de volgende avond weer verder het verhaal te horen kreeg.

Toen we weer thuis waren vertelde ik er zo enthousiast over, dat mijn vader vroeg ‘jij wilt zeker dat boek zelf hebben?’ Ik kan me niet meer herinneren of ik het boek uiteindelijk gekregen heb. In die vakantieweek hadden we natuurlijk elke dag naar de plaatjes gekeken, die heel anders waren dan waar wij woonden. Het speelde zich namelijk af in de Scandinavische landen. Mijn broers en ik hadden thuis sprookjes- en andere jeugdboeken. Vooral de sprookjesboeken waren rijkelijk geïllustreerd, maar wel sprookjesachtig. Nils Holgersson daarentegen had illustraties naar het werkelijke leven.

Toen mijn kinderen klein waren was ik een alleenstaande werkende moeder, maar woonde ik naast mijn ouders, die de kleinkinderen voorlazen. Ook mijn kinderen zijn met voorlezen opgegroeid maar vooral met de stimulans het zelf lezen interessant te vinden. En ik denk ook dat lezen van jongs af je onbewust al het belang van het beheersen van taal als belangrijkste communicatiemiddel tussen mensen in de samenleving bijbrengt.

Mijn grootouders hebben ons, hun kleinkinderen, niet kunnen voorlezen omdat we in een kolonie woonden, waar geen scholen voor de autochtone bevolking waren, en waar er dus ook weinig tot geen boeken bestonden in de moedertaal. Toen ik kleinkinderen kreeg, had ik doordat ik niet heel dicht in de buurt woonde, niet echt de gelegenheid dat regelmatig te doen. Gelukkig was het onderwijs al zo goed dat kinderen al heel jong zelf de grote hoeveelheid kinderboeken (hier in Nederland) zelf konden lezen of naar het voorleesuurtje in de openbare bibliotheek in hun buurt konden gaan.

 

Ik vind het motto van de Kinderboekenweek heel erg passen bij de huidige ontwikkelingen van vooral de techniek en de digitalisering. Het is een heel andere wereld dan die van mijn jeugd, waar we nog in sprookjes geloofden en het idee om ‘later een goed en mooi leven op te bouwen’.

Ik ben bang dat het element ‘natuur’ een beetje in de verdrukking is gekomen. Het lijkt er op dat het ‘rare’ (technische vervanging van menselijke vaardigheden) heel erg de overhand in onze samenleving begint te krijgen. Voor een volgende Boekenweek zou ik niet alleen de jeugd maar alle mensen het motto willen meegeven ‘hoe gaan we onze natuur redden?’

Het wordt voor grootouders hoe langer hoe moeilijker om door de snelle digitalisering nog ‘voorlees’ kennis op te kunnen doen, of alleen maar de ontwikkeling in onze huidige maatschappij te kunnen volgen. Sprookjes van toen, met hun maatschappelijke boodschap, zijn door de ‘science fiction games’op de Iphones ingehaald.

Cisca Pattipilohy, 89, grootmoeder van 5 kleinkinderen en 3 achterkleinkinderen